Black lotus - Drie Assen

Een beginnend lid zal in onze club basisoefeningen aangereikt krijgen om in een conflict een agressor te neutraliseren. Het is de bedoeling dat deze basisoefeningen voldoende zijn om minstens een vluchtweg uit het conflict te openen. Naarmate het lid vordert in onze krijgskunst, zal hij meer en meer de details en nuances leren distilleren uit de veelheid aan oefeningen die hem worden aangeboden. Waar het lid eerst slechts kopieerde, zal hij nu meer en meer leren zichzelf aan te passen aan de situatie door terug te grijpen naar die details en nuances zonder terug te vallen in een basisoefening. Het is van belang te begrijpen dat dit volledig afhangt van het kennen , kunnen en willen van het individu .
Een stuk verder op de weg zal het lid niet meer afhangen van de basisoefeningen, maar zal hij zijn eigen stijl ontwikkelen om conflicten op te lossen. De uitwerking van de eigen stijl is een nooit eindigend proces omdat dit plaatsvindt in een steeds veranderende samenleving. Deze weg van chaos naar structuur is binnen onze club terug te vinden in de drie assen van de krijgskunst:

As 1 - De oefening:

Elke oefening begint gestructureerd met een ontwijking, een stoptechniek en een beperkte tegenaanval, maar evolueert daarna in een afwerking die gebaseerd is op de reactie van de agressor. Dit kan steeds verder gaan afhangkelijk van het kennen, kunnen en willen van de beoefenaar.

As 2 - De oefeningenreeks

Een oefeningenreeks is een reeks van reacties die mogelijk zijn op één bepaalde aanval, bv. greep naar de kraag. Er worden verschillende basistechnieken aangeleerd. Deze technieken zullen op termijn door elkaar lopen om tenslotte de beoefenaar de kans te geven een dergelijke aanval te counteren met een uitgebreid gamma aan technieken. Dit kan veranderen naargelang de agressor en zijn gebruikte technieken.

As 3 - De graden

De evolutie van een lid van de club als beoefenaar wordt opgevolgd door een systeem van banden. De lagere banden worden geacht de aangereikte oefeningen te kunnen kopiëren. Hoe hoger de band, hoe meer eigen inbreng er zal moeten zijn in de oefeningen.